Cookies

VSCD maakt gebruik van cookies om uw bezoek aan de website zo plezierig mogelijk te maken.

Meer informatie

X

Arbowetgeving

Op deze pagina:


NEN

Nieuwe Podium RIE

Branchecatalogus Podiumkunsten Versterkt Geluid

Gehoortesten 

Arbodienstverlening / deskundige ondersteuning

Bedrijfshulpverlening

Informatie Opleiding bedieningsvakman mechanische trekkenwand (BMT) 

Achtergrond, voorgeschiedenis van (opleiding bedieningsvakman) mechanische trekkenwand

============================================================

De Arbocatalogus Fysieke belasting en Hijsen en heffen is gereed en goedgekeurd door de Arbeidsinspectie

U kunt de arbocatalogus hier downloaden.

Daarmee komt de beleidsregel 5.2 te vervallen.

==========================================================

Studiemiddag Hijsen zonder Hangen

Op 26 april 2010 organiseerde de VSCD ism Theateradvies BV, Prinsen en Bus, Toornend en Partners en Recht en Kunst de studiemiddag Hijsen zonder "hangen".

Hieronder vindt u de presentaties en verzamelde literatuur en memo's.  Een verslag volgt nog.

 

 Presentatie Pauline Beran- Recht & Kunst

 appendix presentatie Paulinen Beran - Wetsteksten

 

Presentatie Gerbrand Borgdorff- Theateradvies BV

 

Presentatie Lian The- Toornend Partners

appendix presentatie Lian The

 

 

 

NEN

Het Nederlands centrum voor normalisatie, NEN, is de normenleverancier van Nederland. Een norm is een document met afspraken. NEN helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. Deze afspraken zijn gemaakt tussen belanghebbende partijen. De afspraken uit de normcommissies legt het NEN vast in breed geaccepteerde normen. Het NEN publiceert deze normen op haar website waar geïnteresseerden de normen (tegen betaling) kunnen downloaden. De wetgever verwijst vaak naar deze normen (in het geval van de NPR 8020-10 en de NPR 8020-11 is dat niet zo). In dat geval is een norm niet vrijblijvend. Een bekende NENnorm is NEN 3140.

Sinds het najaar van 2006 is de VSCD vertegenwoordigd in de Commissie Evenementen. 'De normcommissie Evenementen kanaliseert de behoefte binnen de branche (evenementen en theater) en bepaalt de strategie van de normalisatieactiviteiten. De totstandkoming van specifieke praktijkrichtljinen vindt plaats in werkgroepen die een gedefinieerde opdracht hebben.'

Inmiddels zijn er drie normen die voor (en door) de Evenementen/Theaterbranche zijn opgesteld:

NPR 8020-10 Evenementen - Hijs- en heftechniek - Veiligheidsfactoren voor hijs- en hefmiddelen
NPR 8020-11Evenementen - Hijs- en heftechniek - Met de hand aangedreven personen-vliegsystemen
NPR 8020-14 Evenementen - Hijs- en heftechniek - Onderhoud en inspectie

 

U kunt de richtlijnen bestellen via www.nen.nl. Op Europees niveau is er de CWA 15902-1:2008 en CWA 15902-2:2008 .  

Helaas laat de NEN niet toe dat de VSCD de normen gratis ter beschikking stelt aan haar leden.

 naar boven


Nieuwe PodiumRie

Op 1 maart 2008 is een nieuwe digitale RIE (en PRIE) de lucht in gegaan: www.podiumrie.nl
Deze vereenvoudigde digitale RIE en PRIE is ontwikkeld door Humatix, dat ook voor veel andere sectoren en bedrijven digitale RIE’s heeft ontwikkeld. Tot 15 februari 2008 is er een testfase geweest met een groep van ongeveer 30 betrokkenen (een doorsnee van podia, gezelschappen, evenementenmakers enz.). Hun opmerkingen zijn verwerkt in de definitieve versie. Deze is sinds 1 maart 2008 voor iedereen beschikbaar zijn. Hij is te vinden op www.podiumrie.nl. Regelmatig wordt de PodiumRIE verbeterd en upgedate.


Kosten gebruik www.podiumrie.nl: € 135,- tot € 400,- per organisatie per jaar
Het gebruik van www.podiumrie.nl wordt niet gratis. Afhankelijk van het gebruik zal een beperkte of kleinere bijdrage worden gevraagd, variërend van € 135,- tot € 400,- per jaar.

Erkening is binnen, validatie volgt nog
De structuur van de oude DigiRIE is door een team van deskundigen gevalideerd. Daaruit blijkt dat de DigiRIE met een paar kleine aanpassingen zou voldoen aan de criteria voor de zogenaamde ‘lichte toets’ (ook voor bedrijven met meer dan 25 werknemers). Deze aanpassingen zijn in de nieuwe opzet opgenomen. Wij rekenen op validatie van de nieuwe PodiumRIE. Mochten daartoe toch nog wijzigingen noodzakelijk zijn, dan worden deze meegenomen in de eerstvolgende update van de Podiumrie na 1 november 2008, samen met de ervaringen van gebruikers. Inmiddels is het instrument wel erkend door werkgevers- en werknemersorganisaties en is het aangemeld bij Steunpunt RI&E-instrumenten. Voor organisaties met minder dan 25 werknemers is een 'lichte RIE-toets' door een gecertificeerde arbodeskundige nu voldoende om aan de wet te voldoen.

Na 1 november is het systeem voor wat betreft de PRIE ook in het Engels beschikbaar.


Website ArboPodium opgeschoond en up to date
Ook de website www.arbopodium.nl is inmiddels opgeschoond, up to date gemaakt én weer online gezet. U vindt hier alle actuele arbo-informatie voor de podiumkunsten. De nieuwe www.podiumrie.nl is via deze website toegankelijk.

Stichting ArboPodium: het convenant is afgesloten, in versimpelde vorm verder
Met het bovenstaande heeft Stichting ArboPodium de inmiddels tot 5 jaar uitgelopen convenantperiode (tussen werkgevers, werknemers en ministeries van sociale zaken en OCW) afgesloten. De taak van Stichting ArboPodium zal zich vanaf 2008 beperken tot het bewaken van de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezamenlijk ontwikkelde kennis (website) en dienstverlening (digitale PRIE en RIE). Indien noodzakelijk zal ArboPodium zich inspannen voor nieuwe onderdelen van de arbocatalogus podiumkunsten.

Stichting Arbo & Podiumkunsten: informatie en exploitatie
Verschillende brancheverenigingen (o.a. VVTP, CNO, VSCD, VNPF, VECTA, DOD, VVEM) hebben zich verenigd in de Stichting Arbo & Podiumkunsten i.o. Deze stichting heeft tot taak de nieuwe Podiumrie en website up to date te houden, beschikbaar te stellen en kostendekkend te exploiteren. 

Algemene informatie over RIE's vint d u op www.rie.nl/informatie-voor-bedrijven en op www.arbo.nl/arbo_a_tm_z/r/rie


Inspectieronde Podiumkunsten Arbeidsinspectie afgerond
De arbeidsinspectie begon op 3 maart jl. De aandacht van de inspectie wasl in het bijzonder zijn gericht op uitvoering van het plan van aanpak voor:
 geluid (versterkt en onversterkt)
 hijsen
 tillen
 psycho-sociale belasting
De inspectie werd uitgevoerd bij alle soorten podiumorganisaties: (pop)podia, festivals, organisatoren van evenementen, gezelschappen, orkesten. Het gaat om een (grote) steekproef van in totaal ca.150 organisaties. Er werd gekeken of de concrete arbeidsomstandigheden veilig zijn en minder naar de vraag of de papieren op orde zijn. Een bezoek wordt enkele dagen vooraf aangekondigd.
Doel van de inspectie was om de arbeidsomstandigheden voor het werken in de podiumkunst met elkaar veiliger te maken. Boetes zijn geen doel. Er zijn 4 soorten bevindingen:
 alles OK
 overtreding zonder gevaar: een waarschuwing + termijn van verbetering;
 overtreding met gevaar oplevert, maar niet direct: een eis tot herstel met termijn;
 overtreding met onmiddellijk gevaar: stilleggen van het werk met boete.
Na deze inspectieronde zullen we in overleg treden over toekomstig beleid.

Het rapport kunt u hier downloaden. 

naar boven

 


Branchecatalogus Podiumkunsten Versterkt Geluid
Op 25 september 2006  is in poppodium het Patronaat in Haarlem de eerste Arbocatalogus in Nederland gepresenteerd: de Branchecatalogus Podiumkunsten Versterkt Geluid.  Laad HIER de volledige tekst van de branchecatalogus in. VSCD-leden ontvangen begin oktober 2006 een zgn. hard copy van de Branchecatalogus. In dit document beschrijft de branche zelf op welke wijze zij veilig en verantwoord met versterkt geluid wil omgaan. De catalogus wordt onderschreven door werkgevers en werknemers. Dat betekent twee dingen. Ten eerste dat de regels niet van buitenaf zijn opgelegd (door instanties die de sector niet goed begrijpen) terwijl ze toch voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. Ten tweede spreekt de branche af om zich voortaan aan deze regels te houden.
De catalogus die op deze dag werd gepresenteerd was de versie voor de werkgevers. Deze wordt in een oplage van 1000 exemplaren verspreid onder de werkgevers. Daarnaast komt er een catalogus speciaal voor werknemers die in een eerste oplage van 5000 verspreid zal worden. Ook wordt gedacht over een versie in het Engels.

De voornaamste regels
Elke werkgever moet zorgen dat zijn werknemers geen arbeidsrisico’s lopen. Hoe doet hij dat in het geval van versterkt geluid?
De arbocatalogus zet het op een rij:

Zorg voor goede voorlichting en instructie aan alle werknemers (ook tijdelijk ingehuurde)

  • Beperk waar mogelijk de hoeveelheid geluid. Geef een maximale waarde aan voor het geluid en bespreek dit met  de technici en bezoekende bands. De catalogus hanteert een maximum van 105 dB(A), gebaseerd op het dragen van gehoorbescherming.
  •  Richt het geluid naar de plek waar het beluisterd wordt. Richt het weg van werkplekken.
  • Beperk het aantal werknemers dat in hard geluid moet werken. Zorg ervoor dat mensen elkaar afwisselen. Zorg voor pauzes in rustige ruimtes.
  • Geef werknemers goede gehoorbescherming. Stel het dragen verplicht en controleer dat ook.
  • Markeer de werkplek waar hoge geluidsniveaus optreden met pictogrammen.> Stel een audiometrieprogramma op, met andere woorden: zorg dat werknemers periodiek hun gehoor laten meten.

De status van de catalogus
Met het uitbrengen van de branchecatalogus loopt de sector podiumkunsten voorop. Sinds 2007 is de nieuwe arbowet van kracht. Veilig werken is daarin veel meer een verantwoordelijkheid van de sectoren zelf. Zij mogen zelf afspreken op welke wijze zij binnen hun sector aan wetten en regels voldoen maar moeten dat dan wel vastleggen in een catalogus. De arbeidsinspectie toets deze. Als het resultaat positief is krijgt de catalogus de status van arbo beleidsregels. Men mag daar alleen van afwijken als aangetoond kan worden dat de afwijkende werkwijze minstens even goede bescherming biedt.

Looptijd
De catalogus is voor onbepaalde tijd geldig.

Betrokkenen
Bij de totstandkoming van de branchecatalogus waren betrokken:
Vereniging Nederlandse Poppodia en –Festivals (VNPF)
Vereniging Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD)
Vereniging voor Podiumtechnologie (VPT)
Belangen Vereniging Dance (BVD)
Vereniging van Evenementenmakers (VVEM)
Stichting ArboPodium
Nederlandse Toonkunstenaars Bond (NTB)
Kunstenbond CNV
FNV Kunsten Informatie en Media (KIEM)

naar boven


Gehoortesten
Waarom gehoor meten?
Alle werkgevers en werknemers in de podiumkunsten moeten zich houden aan de verplichtingen van de Arbowet. Dat wil zeggen dat alle VSCD-leden en VNPF-leden verantwoordelijk zijn voor de arbeidsomstandigheden en het welzijn van de werknemers bij deze podia. Hard, versterkt geluid is één van de grotere risico's waaraan kunstenaars op het podium, maar ook werknemers achter, voor en tussen de schermen worden blootgesteld.

Tussen werkgevers- en werknemersorganisaties zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de arbeidsrisico's, waar mogelijk en nodig, kunnen worden teruggedrongen, met als resultaat het minimaliseren van langdurig ziekteverzuim en WAO-instroom. In de in  het najaar van 2006 verschenen Branchecatalogus Podiumkunsten Versterkt Geluid   zijn de risico's van schadelijk geluid, voor zover dat met name door versterkt geluid wordt veroorzaakt in theaters, poppodia en op festivals, in kaart gebracht. In de Branchecatalogus beschrijft de branche zelf o.a. aan de hand van regels op welke wijze zij veilig en verantwoord met versterkt geluid wil omgaan.

Gehoormeting / Audiometrie
Eén van de belangrijke regels uit de Branchecatalogus is de verplichting een audiometrieprogramma op te stellen, met andere woorden: er voor te zorgen dat werknemers die door hun werkzaamheden  worden blootgesteld aan versterkt geluid, periodiek hun gehoor laten meten. De werkgever moet, bij een dagdosis van boven de 80 dB(A), zijn werknemers in de gelegenheid stellen regelmatig hun gehoor te laten controleren op eventuele gehoorschade. Dit dient te geschieden door een deskundige. De werkgever krijgt zelf de individuele resultaten in principe niet onder ogen.

De VSCD en VNPF hebben een overeenkomst gesloten met Hearingcoach. Hearingcoach zal VSCD en VNPF-leden 10 % korting geven op haar audiometriemetingen en eventueel andere dienstverlening (bijvoorbeeld geluidsmetingen op locatie, zie ook: www.hearingcoach.com).
De meting die Hearingcoach uitvoert duurt 10 minuten, na de meting volgt een gesprek over de resultaten van de meting, dat duurt ook ca. 10 minuten. HearingCoach stelt de werknemer en niet de werkgever in kennis van de individuele resultaten van het audiometrisch onderzoek.
HearingCoach test met Oto Akoestische Emissies (O.A.E.). Het betreft een fysiologische objectieve meetmethode die de functionaliteit van de trilhaarcellen registreert. Deze cellen kunnen als gevolg van blootstelling aan lawaai beschadigd zijn, zonder dat dit direct gepaard gaat met gehoorverlies. Voordeel van deze techniek is dan ook de voorspellende waarde.
Functieverval van de trilhaarcellen wordt door een OAE-gram al in een vroeg stadium gedetecteerd.
                                                                                                                                                                         naar boven


Arbodienstverlening / deskundige ondersteuning
Werkgevers hebben sinds 1 juli 2005 meer keuzemogelijkheden gekregen voor het organiseren van deskundige ondersteuning in arbodienstverlening.
Iedere organisatie kan een keuze maken. U kunt kiezen voor de zogenaamde standaardregeling of voor de maatwerkregeling. Als u kiest voor de standaardregeling dan verandert er niks ten opzichte van de situatie van voor 1 juli 2005. Want u houdt dan het bestaande contract met de huidige arbodienst, of u kiest voor een andere arbodienst. Kiest u voor de maatwerkregeling dan heeft u  meer mogelijkheden. Maar er zijn wel drie voorwaarden verbonden aan deze maatwerkregeling.

U mag de maatwerkregeling alleen gebruiken in overeenstemming met de OR of de personeelsvertegenwoordiging (PVT), of nadat het in de CAO mogelijk is gemaakt. 
U moet als organisatie bij de maatwerkregeling in elk geval een dienstverleningcontract afsluiten met een bedrijfsarts. 
U moet bij de maatwerkregeling de risico-inventarisatie en -evaluatie ter toetsing voorleggen aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts en arbeids- en organisatiedeskundige)
Als u aan deze voorwaarden voldoet kun je er via de maatwerkregeling voor kiezen om:
>alle deskundige arbo-ondersteuning extern in te kopen, bijvoorbeeld bij een bedrijfsarts
>alle deskundige arbo-ondersteuning intern te organiseren, door middel van het in dienst nemen van arbodeskundigen >een combinatie van bovenstaande twee mogelijkheden, bijvoorbeeld een veiligheidskundige aanstellen en andere arbodeskundigen inhuren

Ook bij de maatwerkregeling blijft de werkgever verantwoordelijk voor het zich laten:
>bijstaan voor wat betreft de volgende vijf onderwerpen:
>advies over, en toetsing van de RI&E
>ziekteverzuimbegeleiding
>arbo-spreekuur
>periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
>aanstellingskeuringen (indien dit is toegestaan)

Aanstellen interne preventiemedewerker(s)
Vanaf 15 werknemers moet iedere werkgever zo'n preventiemedewerker aanwijzen, die belast wordt met preventietaken (bijvoorbeeld voorlichting geven). In de RI&E moet de organisatie aangeven hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten (gaan) doen. Bij organisaties met 15 of minder werknemers mag de werkgever zelf deze taken op zich nemen, op basis van aanwijzingen daartoe in de RI&E. In veel organisaties zal de reeds bestaande arbo-coördinator feitelijk al de rol vervullen van interne preventiemedewerker.

Om het bedrijven makkelijker te maken om een interne Arbodienst op te richten, hoeft een bedrijf niet meer alle deskundigen (bedrijfsarts, arbeidshygiënist, arbeidskundige en veiligheidskundige) in eigen huis te hebben. Het is ook mogelijk een interne Arbodienst te laten bestaan uit 1 gecertificeerde deskundige binnen het bedrijf die een samenwerkingsverband heeft met 3 deskundigen elders.

Toetsen van de RI&E
Met betrekking tot de toetsing van de RI&E door arbodeskundigen ontstaat er een driedeling:
voor bedrijven met meer dan 25 werknemers blijft alles bij het oude, zij leggen de RI&E voor aan de arbodienst of (straks) aan een arbodeskundige. Deze zullen de RI&E toetsen op basis van de voorschriften.
voor bedrijven tot en met 25 werknemers* toetst de arbodienst nu al de RI&E op een 'lichtere' wijze, mits deze bedrijven gebruik maken van een RI&E-instrument dat door werkgevers en werknemers op branche- of sectorniveau is vastgesteld. Na de wetswijziging kan zo’n bedrijf voor de RI&E-toets ook volstaan met inschakeling van een arbodeskundige.
voor bedrijven met 10 of minder werknemers komt na wetswijziging de toetsing geheel te vervallen, op voorwaarde dat deze bedrijven gebruik maken van een RI&E-instrument dat in de CAO is vastgelegd.

* Uitzondering: bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week moeten wel een RI&E hebben, maar die hoeft niet getoetst door een arbodienst of deskundige.
 
Meer informatie? Heeft u naar aanleiding van deze tekst nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Publieksinformatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801, 2509 LV Den Haag, telefoon 0800-9051 (gratis).

Ons bedrijf heeft geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Wat dan?
U kunt het beste eerst kijken of zo’n medezeggenschapsorgaan opgericht kan worden. Een ondernemingsraad is verplicht voor werkgevers met 50 of meer werknemers. Een personeelsvertegenwoordiging is mogelijk voor bedrijven met minder dan 50 werknemers.
Verder kunnen werkgevers en werknemers op brancheniveau in een CAO afspraken maken over maatwerk in arbodienstverlening. Bedrijven in die branche die geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging hebben kunnen dan gebruik maken van die CAO-afspraken

Moet ik een arbodienst blijven inschakelen voor de ri&e?
Na invoering van de wetswijziging kan voor het toetsen van een risico-inventarisatie & -evaluatie een gecertificeerde deskundige ingeschakeld worden in plaats van een arbodienst. Die deskundige kan ook een van uw medewerkers zijn.
Na de wetswijziging hoeven bedrijven met maximaal 10 werknemers hun ri&e niet langer te laten toetsen, mits ze gebruik maken van een goedgekeurde branche-specifieke ri&e-instrument zoals die te downloaden zijn van www.rie.nl. Bedrijven met maximaal 25 werknemers mogen daar nu al gebruik van maken en kunnen dan volstaan met een ‘lichte toets’.

Meer informatie? Heeft u naar aanleiding van deze tekst nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Publieksinformatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801, 2509 LV Den Haag, telefoon 0800-9051 (gratis). 

 naar boven


 
Bedrijfshulpverlening
Bedrijfshulpverlening is erop gericht om de directe nadelige gevolgen van ongevallen of brand zoveel mogelijk te voorkomen. Iedere werkgever moet één of meer werknemers aanwijzen die in geval van calamiteiten worden ingeschakeld. De aangewezen personen worden bedrijfshulpverleners (BHV-ers) genoemd. Zij zijn opgeleid in:
• levensreddende handelingen;
• het bestrijden van brand;
• het beperken van de gevolgen van ongevallen;
• ontruimen;
• intern alarmeren.

Extern alarmeren (inschakelen van politie, brandweer, ambulance) behoorde voorheen ook tot het takenpakket en de opleiding van BHV-ers. Deze taak is in de nieuwe Arbowet expliciet bij de werkgever neergelegd. Hij mag deze taak overigens wel delegeren. Dat kan bij een BHV-er, maar mag ook bij een andere functionaris.
In het Arbobesluit staat niet langer vermeld hoeveel BHV-ers er aanwezig dienen te zijn. Het is namelijk juist zaak om het aantal BHV-ers af te stemmen op de inrichting en op de processen. Daardoor kon het goed mogelijk zijn dat er minder BHV-ers noodzakelijk waren dan deze richtlijnen voorschreven, of juist meer.
Wat zegt het Arbobesluit?
Alle organisaties dienen over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting te beschikken. Onder uitrusting wordt ook verstaan dat de BHV-ers bereikbaar zijn en binnen enkele minuten kunnen optreden bij calamiteiten. Overigens kunnen organisaties die bij elkaar in één pand gevestigd zijn de BHV gezamenlijk organiseren De afspraken moeten dan schriftelijk worden vastgelegd. In het noodplan / ontruimingsplan moet aangegeven zijn wie de BHV-ers zijn en hoe de betrokken instanties bij calamiteiten gewaarschuwd moeten worden.
In sommige situaties zijn er veel bezoekers, bijvoorbeeld in gebouwen met een publieksfunctie, schouwburgen, scholen, etc.. Bezoekers dienen ook als betrokkenen te worden beschouwd. Er moet adequaat hulp verleend kunnen worden. Het aantal BHV-ers is dan niet altijd het belangrijkste. Het ontruimingsplan moet goed kunnen worden uitgevoerd. Daarvoor zal het nodig zijn dat de paden naar de nooduitgangen voldoende bemand kunnen worden, bijvoorbeeld door ontruimers. Ontruimers hoeven geen volledige BHV-opleiding te volgen, maar een module ‘ontruiming' is voldoende. Dus bij een schouwburgzaal met bijvoorbeeld 600 mensen (en een stuk of 10 personeelsleden) kun je de bedrijfshulpverlening al prima regelen met 3 volledig opgeleide BHV-ers en 4 ontruimers (o.a. afhankelijk van het aantal nooduitgangen). Het ontruimingsplan geeft uiteindelijk aan hoeveel ontruimers er aanwezig moeten zijn.
Voor een evenement gelden soortgelijke afwegingen. Vaak kan daar een beroep worden gedaan op suppoosten, medewerkers van beveiligingsbedrijven, en centrale EHBO-post(en).

Wat moet een BHV'er doen
Omdat de bedrijfshulpverleners al op de werkplek aanwezig zijn, kunnen ze snel reageren. Als de deskundigheid en de hulpmiddelen van de bedrijfshulpverleners niet toereikend zijn - bijvoorbeeld bij een grote brand - moeten ze hulp van buiten inroepen, zoals brandweer en ambulance. In de tussentijd moeten de bedrijfshulpverleners zelf doen wat mogelijk is om gevaar en letsel te beperken. De taak van de bedrijfshulpverlener is vooral:
erger voorkomen.

Daarnaast staan de volgende prestatie-eisen voor bedrijfshulpverlening omschreven:
• De bedrijfshulpverlening moet binnen enkele minuten na het plaatsvinden van een ongeval of brand snel en effectief kunnen optreden, tot het moment waarop de professionele hulpverlening zoals brandweer en ambulancediensten de taken van de bedrijfshulpverlening kan overnemen.
• Er moeten altijd voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig en beschikbaar zijn.
• Als de veiligheid en de gezondheid in gevaar komt van werknemers van een ander bedrijf in de nabije omgeving, dan moeten de werkgevers er voor zorgen dat de bedrijfshulpverleners elkaar over en weer bijstand kunnen verlenen.

De verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) geeft een goed overzicht van de risico's in de organisatie en de maatregelen en voorzieningen die van belang zijn. In de RI&E en in aanvullende documenten moet in het kader van de bedrijfshulpverlening het volgende worden vastgelegd:

• een beschrijving van de risico's
• wie de bedrijfshulpverleners zijn
• de taakverdeling van de bedrijfshulpverleners
• welke officiële hulpverleningsorganisaties gewaarschuwd moeten worden bij dreigende calamiteiten
• een intern alarmeringsschema
• een extern alarmeringsschema

Voordat één of meer bedrijfshulpverleners worden aangewezen vindt overleg tussen de werkgever en de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) plaats. De OR of PVT heeft instemmingsrecht voor elk voorgenomen besluit op het gebied van arbeidsomstandigheden. Bedrijfshulpverlening hoort hier ook bij.

Criteria bedrijfshulpverleners
Volgens de Arbowet wijst de werkgever aan wie in aanmerking komt voor de functie van bedrijfshulpverlener. Maar meestal zijn er genoeg vrijwilligers te vinden. Bij de keuze kan rekening worden gehouden met de volgende criteria:
• Aanwezigheid: het belangrijkste criterium. Een bedrijfshulpverlener moet zo snel mogelijk (binnen 3 à 4 minuten) ter plaatse kunnen zijn. Iemand die veel op pad is, kan dus beter geen bedrijfshulpverlener worden.
• Functie: het kan handig zijn om medewerkers die al een taak hebben bij een ongeval - de telefoniste die de brandweer of ambulance moet bellen, de portier die de slagboom moet openen - bij de bedrijfshulpverlening te betrekken.
• Persoonlijkheid: persoonlijkheidskenmerken zoals doortastendheid, improvisatietalent en stressbestendigheid zijn van groot belang. Het is de menselijke factor die mede bepaalt of de bedrijfshulpverlening aan het doel voldoet.

Bedrijfshulpverleners opleiden
De opleiding van de bedrijfshulpverleners moet voldoende zijn om hun taken op het gebied van bedrijfshulpverlening adequaat te kunnen uitvoeren. Wat 'voldoende' is hangt sterk af van de bedrijfssituatie. Via internet is een groot aanbod aan aanbieders te vinden.

Ontruimingsplan
De bedrijfshulpverlening richt zich op incidenten: het ontruimingsplan wordt opgesteld voor het geval van een calamiteit. In dit plan worden de taken en verantwoordelijkheden omschreven en de procedures die gevolgd moeten worden in geval van een calamiteit. Naarmate de bedrijfsomvang groter is, zijn meer mensen verantwoordelijk voor een goede afloop. Hun acties moeten worden gecoördineerd en moeten bovendien precies aansluiten op die van anderen, ook buiten het bedrijf.

Communicatie
De uitvoering van de bedrijfshulpverlening staat of valt met een goede communicatie.
Bedrijfshulpverleners moeten elkaar kunnen bereiken om bijstand te verlenen. Dit vereist de nodige organisatorische maatregelen en voorzieningen.
• Alle werknemers moeten weten wie van hun collega's bedrijfshulpverlener is en waar zij bereikbaar zijn.
• Alle werknemers moeten weten wat de ontruimingsprocedures en vluchtwegen zijn in geval van een calamiteit.
• Alle werknemers moeten meewerken aan de ontruimingsoefeningen.

Oefeningen
De werkgever is wettelijk verplicht om oefeningen te houden. Minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening is een goede richtlijn. Arbodskunidgen (bijvoorbeeld een branche-organisatie, de brandweer of een landelijk instituut voor bedrijfshulpverlening) kan adviseren bij het invullen van de oefeningen.
Na de oefeningen wordt een evaluatie gehouden, waarbij alle betrokkenen aanwezig zijn. Na de evaluatie wordt afgesproken wat de volgende keer beter moet en dit wordt schriftelijk vastgelegd.
Voor de frequentie en inhoud van ontruimingsoefeningen in gebouwen waar veel publiek komt, is een wettelijke regeling in de maak.

Inwerkingtreding Gebruiksbesluit
De Woningwet schrijft voor dat gemeenten voorschriften over brandveilig gebruik van bouwwerken moeten opnemen in de gemeentelijke bouwverordening. Deze voorschriften verschillen per gemeente. Het 'Gebruiksbesluit brandveilige bouwwerken', kortweg het Gebruiksbesluit genoemd, trekt op landelijk niveau de voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken gelijk (uniformering). In het Gebruiksbesluit worden de brandveiligheidseisen voor iedereen in elke gemeente gelijk. Meer rechtsgelijkheid dus. Daarnaast wil VROM met de uniformering ook het aantal gebruiksvergunningplichtige bouwwerken fors verminderen, met 80%. Dit verlaagt ook de administratieve lastendruk. Meer informatie is te lezen op www.vrom.nl.
Op 1 november 2008 is fase 1 van het Gebruiksbesluit in werking getreden. Op die datum zijn de voorschriften voor brandveilig gebruik uit de model-bouwverordening van de VNG overgeheveld naar landelijke regelgeving. Fase 2 van het Gebruiksbesluit betreft de afstemming van de bouwtechnische, installatietechnische en gebruikstechnische eisen. Deze afstemming wordt gerealiseerd in 2009.

bron: website Stichting ArboPodium / website Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid / website De Arbocompagnie.

 naar boven


Opleiding Bedieningsvakman Mechanische Trekkenwand
Download hier het document Hoe zat het ook al weer met de BMT?
In 2007 moeten volgens de in 2001 door Commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn  in het Theater (hierna: VGWT-commissie), het latere Stichting ArboPodium (hierna: ArboPodium), opgestelde norm (norm 2*) alle handbediende trekkenwanden gemechaniseerd zijn. Een werknemer die werkzaamheden aan een gemechaniseerde trekkenwand verricht, dient in voldoende mate opgeleid. * zie ook:  Achtergrond, voorgeschiedenis en aanleiding (opleiding bedieningsvakman) mechanische trekkenwand
Nadat de evaluatie van het eindtermendocumenten Bedieningsvakman Mechanische Trekkenwand voorjaar 2005 afgerond is, zijn een drietal opleidingsinstituten aan de slag gegaan om opleidingen te ontwikkelen die aan deze eindtermen voldoen.

Het kenniscentrum GOC is gevraagd om de legitimering van de opleidingen op zich te nemen. Alle drie de aanbieders hebben het GOC gevraagd hun opleiding te beoordelen. De BMT opleidingen van SBW en IAB zijn positief beoordeeld, die van Blom opleidingen is dat niet.
Blom opleidingen stelde vervolgens dat zij ook het certificaat 'opleiding Trekkenwand' mogen uitgeven omdat het Ministerie van SZW 'geen instellingen heeft aangewezen die bevoegd zijn om dergelijke certificaten af te geven. Er zijn daarom ook geen eisen opgesteld, waaraan instellingen moeten voldoen.'
Bij de leden van de VSCD is de vraag gerezen of de opleiding Specifieke veiligheid voor theatermedewerkers van Blom opleidingen ook voldoet aan de in de wet gestelde eisen voor wat betreft trekkenwanden. Het bureau van de VSCD heeft advies gevraagd over deze kwestie bij het Expertisecentrum Regelgeving Bouw.
 
De conclusies van het Expertisecentrum Regelgeving Bouw zijn de volgende:
1. De werkgever is zelf verantwoordelijk voor de beoordeling of een opleiding aan de eindtermen voldoet.
2. Elke instelling kan en mag een certificaat trekkenwand afgeven, maar met dat eigen certificaat staat niet bij voorbaat vast dat de opleiding voldoet aan eindtermen voor de opleiding trekkenwand.
3. Een werkgever doet er verstandig aan zijn werknemer(s) naar een algemeen erkende instelling te sturen, die de opleiding trekkenwand verzorgt en het daarmee verbonden certificaat afgeeft. Als zodanige instelling is onder meer een instelling aan te merken waarvan het GOC heeft vastgesteld dat haar opleiding voldoet aan de Eindtermen.


Het vorenstaande betekent dat Blom opleidingen het certificaat trekkenwand mag uitgeven, maar dat met dat certificaat niet gezegd is dat de opleiding van Blom aan de Eindtermen voldoet. Vindt er een (dodelijk) ongeval plaats met een medewerker die over het Blom-certificaat beschikt (er dus vanuit gaande dat deze opleiding niet aan meer bedoelde eindtermen voldoet), dan is de werkgever verantwoordelijk. De werkgever ofwel directeur is in een dergelijk geval hoofdelijk aansprakelijk.


De werkgever moet dus nagaan of de opleiding trekkenwand van de desbetreffende instelling voldoet aan de eindtermen, alvorens hij zijn werknemer(s) bij die instelling de opleiding laat volgen. De werkgever zal de opleidingskwalificaties tegen de eindtermen moeten houden teneinde voor zichzelf vast te stellen of die met elkaar overeenkomen ofwel elkaar dekken. De werkgever kan zich ook tot OSAT of rechtstreeks tot het GOC wenden om te achterhalen of een door een instelling aangeboden opleiding aan de eindtermen voldoet.
GOC heeft weliswaar geen formele bevoegdheid terzake van de beoordeling van opleidingen. Het oordeel van de Arbeidsinpectie is bepalend. Gegeven de kennis bij het GOC mag er echter van worden uitgegaan dat de Arbeidsinspectie in de handhavingspraktijk de beoordeling van het GOC zal volgen. Het GOC heeft advies uitgebracht over de BMT opleiding van Blom opleidingen: het GOC stelt dat de opleiding (vooralsnog) niet voldoet niet aan de eindtermen.

Het bureau van de VSCD adviseert om het oordeel van het GOC te volgen en dus te kiezen voor een BMT opleiding van het Mediacollege Rotterdam of IAB.

* OSAT is het Overleg Onderwijs Arbeidsmarkt Theatertechniek. OSAT heeft zich bezig gehouden met de formalisering van de beroeps- en opleidingseisen (in jargon: beroepscompetentie-profielen en kwalificatieprofielen), een functie-indeling die mede ten grondslag heeft gelegen aan de CAO Nederlandse Podia. De genoemde competentieprofielen zijn beschreven en besproken in de zogenaamde kwaliteits- en kwantitietskamer zijn door het bestuur vastgesteld.

 Wat wil de VSCD?
· Cursussen die voldoen aan het eindtermendocument, compact en to the point, afgestemd op de doelgroep zijn voor een goede prijs. 
. Cursussen op verschillende niveau's voor verschillende soorten werkzaamheden/verantwoordelijkheden.
· Voor in de praktijk verworven competenties moeten vrijstellingen mogelijk zijn.
· Marktwerking, meer cursusaanbieders                                                                                                                               

 naar boven


 Achtergrond, voorgeschiedenis van (opleiding bedieningsvakman) mechanische trekkenwand


Eind 1998 heeft overleg tussen de Commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn in het Theater (VGWT-commissie) en de Arbeidsinspectie ertoe geleid dat de VGWT-commissie een norm heeft opgesteld waarin criteria zijn opgenomen met betrekking tot de fysieke belasting bij werkzaamheden aan een trekkenwand. Afgesproken is toen dat de norm aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou worden voorgelegd met het verzoek deze te gebruiken als basis voor een beleidsregel op grond van de arbeidsomstandighedenwetgeving. De eerdergenoemde beleidsregel is daarvan het resultaat.

Norm 2: Norm mechanisering trekkenwand theaters
(uitgevaardigd door: Commissie VGWT)
Doel Norm 2
De arbeid aan de trekkenwand zodanig te organiseren en de arbeidsplaats zodanig in te
richten dat de fysieke belasting geen gevaren met zich mee kan brengen voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers.

Inhoud Norm 2
- Er zijn maximaal 20 handbediende trekken per trekkenwand toegestaan, het maximaal te belasten gewicht mag daarbij niet hoger zijn dan 75 kg per trek; de kluitenstand dient daarbij zodanig te zijn geconstrueerd dat deze niet meer dan 75 kg aan kluiten kan bevatten.
· Het maximale kluitgewicht mag niet meer dan 6 kg bedragen; het gebruik van kluitentafels is verplicht.
· Het gebruik van hulplieren bij handbediende trekken is toegestaan mits de hulplier aangrijpt op de kluitenstang en voldaan wordt aan de voorwaarden onder dit punt genoemd.
· De werknemer die werkzaamheden aan een trekkenwand verricht, dient in voldoende mate deskundig te zijn. De commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn in het theater zal in samenspraak met een aantal opleidingsinstituten eindtermen ontwikkelen. Dit dient te resulteren in een resulteren in een ‘Opleiding Trekkenwand’, welke wordt afgesloten met een certificaat. Deze opleidingsverplichting is zowel op handbediende als op gemechaniseerde trekkenwanden van toepassing. 

Beleidsregel 5.2 -1 Fysieke belasting bij handbediende trekkenwanden

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.2, 5.5, eerste lid, en 5.6.

Aan het bepaalde in artikel 5.2 en 5.6 van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt voor wat betreft arbeid aan of met trekkenwanden in theaters voldaan als het volgende in acht wordt genomen en terzake doeltreffende voorlichting aan de werknemers wordt gegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.5, eerste lid.
1. Er zijn maximaal 20 handbediende trekken per trekkenwand.
2. Per trek is het te belasten gewicht nooit zwaarder dan 75 kg.
3. De kluitenstang is zodanig geconstrueerd dat deze niet meer dan 75 kg aan kluiten kan bevatten.
4. Het kluitgewicht is nooit zwaarder dan 6 kg.
5. Voor het verplaatsen van kluiten worden kluitentafels gebruikt.
6. Hulplieren bij handbediende trekken worden alleen gebruikt als de hulplier aangrijpt op de kluitenstang.
7. De werknemer die de werkzaamheden aan de trekkenwand verricht is in het bezit van het certificaat “Opleiding trekkenwand”.
8. Voor theaters waar uitvoering van het in deze beleidsregel gestelde vóór 1 januari 2004 om financiële redenen niet haalbaar blijkt, kan door de regionaal directeur van de Arbeidsinspectie een later tijdstip van uitvoering, doch niet later dan 1 januari 2007, worden vastgesteld. Hierbij geldt de voorwaarde dat vóór 1 juli 2001 een plan van aanpak voor de mechanisatie van de trekkenwand wordt ingediend waarin wordt aangetoond dat:
a. een besluit genomen is over aanpassing van de trekkenwand;
b. de financiering voor aanpassing van de trekkenwand is zekergesteld en
c. met de leverancier afspraken zijn gemaakt over de periode waarin de aanpassing van de trekkenwand zal plaatsvinden.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 tenzij de regionaal directeur van de Arbeidsinspectie ermee heeft ingestemd dat de voorzieningen op een later tijdstip, doch uiterlijk voor 1 januari 2007, worden gerealiseerd. 

Een beleidsregel is een gebruiksvoorschrift dat werkgevers en werknemers een leidraad geeft. Een beleidsregel is geen wettelijk voorschrift, werkgevers en werknemers kunnen dus afwijken van wat in de beleidsregel staat. Ze dienen echter wel te voldoen aan minimaal hetzelfde beschermingsniveau als de beleidsregel biedt. De werkgever moet dit aan kunnen tonen in het kader van de risico-inventarisatie & evaluatie. (bron: website SZW). 


Klik hier voor de arbowet.

naar boven

 


 

 

zoek in ledenlijst

ledenlijst

e-nieuws

inschrijven

of bekijk het
evenementen overzicht